Ga je erover schrijven?

Ziekte en schrijverschap

Nietsdoen is de kortste weg naar geluk.

Op drie februari 2020 kreeg Herman Koch van zijn uroloog de boodschap dat hij prostaatkanker had met uitzaaiingen. Het zit overal. Vervolgens stelde de arts de vraag Ga je erover schrijven?. Terwijl Koch het voor zijn omgeving stil hield ging hij toch een roman schrijven over zijn ziekte. Het ging echter niet uitsluitend over zijn ziekteproces, maar het werd een autobiografie waarin vele belangrijke gebeurtenissen uit zijn leven aan de orde kwamen. Daarnaast schreef hij heel liefdevol over zijn gezin: zijn vrouw Amalia, zijn zoon Pablo en diens vriendin Anna.

Auteur

Herman Koch (1953) is een succesvolle romanschrijver. Enkele van zijn boeken: Red ons, Maria Montanelli, Het diner, De greppel, Finse dagen en Een film met Sophia. Zijn roman Het koninklijk huis werd zeer lovend ontvangen.

Het verhaal van zijn ziekte wordt kort en glashelder beschreven. De huisarts stelde een te hoge PSA-waarde vast. Dan volgen de onderzoeken bij de uroloog, de uiterst pijnlijke en gênante biopsies. Je ligt dan met de benen in een paar beugels en de arts verwijdert met een lange naald wat weefsel van de prostaat. Daarna de petscan, een onderzoek naar uitzaaiingen. Dat alles wordt gedetailleerd beschreven, ook het slechtnieuwsgesprek met de negatieve uitslag: agressieve kanker en uitzaaiingen.

Slechts een deel van het boek gaat over zijn ziekteproces. Het grootste deel gaat over Kochs jeugd, het schrijverschap en de onvermijdelijke lezingen in bibliotheken en boekhandels. Hij maakt als het ware de balans op van zijn leven. Wat direct opvalt is dat hij vaak veel milder is in zijn oordeel dan voorheen. Als Herman terugblikt op zijn jeugd dan spreekt hij nu heel liefdevol over zijn ouders. Dat geldt zeker als hij over zijn moeder spreekt die hij als 17-jarige verloor, maar zelfs zijn vader komt er goed vanaf. Dat geldt niet voor Het Montessorilyceum. In zijn debuutroman Red ons, Maria Montanelli had hij al een keihard oordeel over deze school. Ook in dit boek krijgt de school een veeg uit de pan. Koch beweert dat leerlingen met dyslexie niet daarvoor werden behandeld. Gevolg: wie de hele opleiding afmaakt vindt daarna geen werk. Over leraren schrijft hij nog steeds heel negatief. Zijn haat was zo groot dat hij enkele leraren dood wenste via een soort gebed. Fat had succes, want bij twee gevallen was er sprake van een overlijden.

Koch wilde altijd al schrijver worden. Zijn opstellen werden geprezen. Het grootste compliment kreeg hij van een leraar op het Spinoza Lyceum, Henk van R. Dit is een verhaal van iemand die er zijn hele ziel en zaligheid in heeft gelegd. Ik zie dat verder niemand in deze klas zo gauw doen. Het maakt mij een beetje sprakeloos. Herman kreeg door deze woorden het gevoel dat hij zweefde. Koch begint zijn schrijverscarrière met het schrijven van verhalen. Hij stuurde een verhaal naar een tijdschrift. Tot zijn verrassing kwam de mededeling dat het zou worden gepubliceerd. Hij besefte ineens dat hij nu schrijver genoemd mocht worden.

Een minder leuke kant van het schrijverschap vormen de lezingen in bibliotheken. In zijn verhalen hierover zien we de ironische schrijver Koch terug. Het reizen met de trein, de bos bloemen en de fles wijn als geschenk. Het flesje bier na afloop van de lezing. Meestal was er geen flesopener te vinden. Dames die hem willen verleiden, het zijn mooie hilarische verhalen.

De opbouw van het boek is wat rommelig. Het bevat veel korte niet altijd samenhangende fragmenten. Soms schakelt hij ineens over op een ander onderwerp. Zo is hij voor een lezing naar Eijsden gereisd. Voor de lezing gaat hij wat eten. Tijdens het eten wordt hij belaagd door wespen. Koch is daar allergisch voor. Hij begint aan een lang betoog over vroegere ervaringen met wespen. Het verhaal van Eijsden wordt na dit betoog afgesloten met het doodslaan van een wesp die op zijn bierglas zat. Gevolg: zijn bier stroomde over zijn saté met frites en zijn overhemd. Een leerzaam verhaal eindigend met een hilarisch tafereel.

Ga je erover schrijven is een onderhoudend, prettig leesbaar en autobiografisch boek. Koch geeft een openhartige en eerlijke kijk op zijn leven. Hij vertelt hoe hij op de boodschap van de arts reageert en hoe hij dit met zijn gezin deelt. We lezen ook hoe hij zijn toekomst ziet: Niets doen, geen lezingen meer en ook niet meer de reizen naar het buitenland in verband met vertalingen van zijn boeken. De afgelopen tien jaar was hij namelijk de vertalingen van zijn boeken achterna gereisd (hij noemt veertien landen). Een andere reactie op het slechte nieuws was het doen van een extravagante uitgave, een dure auto. Hij besluit dat hij de kanker een zo beperkt mogelijke rol in zijn leven wil laten spelen.

Herman Koch – Ga je erover schrijven? ISBN 987-90-263-6463-1, 271 pagina’s, € 23,99. Amsterdam: Ambo|Anthos 2023.

Geplaatst in Alle Boeken, Autobiografie, Ziekte en dood | Reacties uitgeschakeld voor Ga je erover schrijven?

Denk aan mij

Wolf in schaapskleren

Nergens veilig.

De twintigjarige Roos Stapper heeft in haar korte leven verschrikkelijke dingen meegemaakt. Het leek allemaal zo mooi, een bijbaan als schoonmaakster bij de bekende cabaratier Ties Verduyn. Zo kon ze geld bij elkaar sparen om haar droomwens te vervullen: een reis naar Amerika. Maar Verduyn blijkt een wolf in schaapskleren.

Ik kom bijna niet uit mijn woorden en begin te huilen als ik vertel hoe hij me in een hoek dreef, in zijn huis, zijn handen op mijn borsten legde en mijn knieën uit elkaar duwde. Ik voel een rilling over mijn lijf gaan als ik terugdenk aan zijn adem in mijn oor met de woorden: ‘Denk aan mij.’

Het verhaal begint op donderdag 16 december en eindigt op zondag 15 januari. In die korte tijd speelt zich een volledig en huiveringwekkend drama af met Roos Stapper, Ties Verduyn en rechercheur Demi Lachten in de hoofdrollen.

Auteur

Lois (Heinen-) Blommestein (1989) behaalde een diploma als Pedagogisch Medewerker Jeugdzorg en werkt als verzorgende in de thuiszorg. Ze schrijft graag spannende verhalen en debuteerde na verschillende jeugdboeken met de thriller Gedraag je, die werd geschreven als aanmoediging om altijd aangifte te doen bij seksueel molest. Ook nu speelt Demi Lachten weer een voorname rol. Dit boek kan worden gezien als het overigens uitstekend los te lezen vervolg hierop. De auteur is thans bezig met een derde deel. Lois woont met haar gezin in Heerhugowaard.

Het boek bestaat uit 68 hoofdstukken die meestal enkele pagina’s beslaan en zich op verschillende locaties afspelen. De ik-figuur is afwisselend Roos, Ties of Demi. Van deze drie had Demi wel wat meer uit de verf mogen komen.

Wat in het begin lijkt op een zoveelste Me Too affaire blijkt helaas veel meer om het lijf te hebben. Een complete organisatie zorgt ervoor dat maatschappelijk vooraanstaande mannen hun lusten kunnen botvieren op jonge meisjes. Wie uit de school klapt wordt zwaar gestraft. Je bent nergens veilig. Zonder aangiftes kan de politie echter niets doen. Durven Roos en haar lotgenote Jade die moeilijke en misschien wel gevaarlijke stap te maken?

Dit is alles wat ik kwijt wil van dit vlot geschreven lugubere verhaal. Lees het zelf, het is beslist de moeite waard.

Lois BlommesteinDenk aan mij. ISBN 978-94-6465582-7, 178 pagina’s, € 21,95. Amsterdam: Brave New Books 2023.

Geplaatst in Alle Boeken, Deel van een reeks, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor Denk aan mij

Broddelboleten en Trulzwammen

Paddenstoelen in de Bommelverhalen

Bommel en de natuur uit zijn omgeving.

De natuur speelt een grote rol in de Bommelverhalen, zo zijn er vaak paddenstoelen afgebeeld. Toonderkenner Klaas Driebergen verzamelde vertellingen met afbeeldingen van paddenstoelen en/of waar over paddenstoelen gesproken wordt. De desbetreffende tekeningen en tekstfragmenten zijn in dit boek opgenomen. Driebergen werd bijgestaan door mycoloog Machiel Noordeloos, die stukjes bijdroeg met feiten en weetjes over paddenstoelen en zwammen in het algemeen.

Auteurs

De auteurs zijn beiden Bommelliefhebbers. Klaas Driebergen (1979) publiceerde meer dan tien boeken rondom Marten Toonder en zijn werk. Zijn oom Machiel Noordeloos (1949) is een internationaal bekende paddenstoelendeskundige.

Het boek begint met informatie over Marten Toonder. Deze van oorsprong striptekenaar begon met een strip over Tom Poes. Later kwam daar heer Bommel bij. Zij vormden een onafscheidelijk duo. De strip was aanvankelijk bedoeld voor kinderen, maar ontwikkelden zich geleidelijk tot verhalen voor volwassenen, waarin Toonder de mens en de maatschappij een spiegel voorhoudt. De Bommelverhalen (door de liefhebbers tegenwoordig Bommelsaga genoemd) behoren tot de langstlopende Nederlandse strips. Er verschenen 177 verhalen in 45 jaar tijd. Toonder geldt ook als een taalvernieuwer. Diverse door hem bedachte woorden en uitdrukkingen zijn in de Nederlandse taal beland. Enkele voorbeelden: denkraam, grootgrutter, kommer en kwel, minkukel, zielknijper en een eenvoudige doch voedzame maaltijd.

Heer Bommel bestudeert in ‘De Doffer’ het leven der paddenstoelen. Tijdens een boswandeling loopt hij op te scheppen over zijn kennis van de natuur, maar hij vraagt wel aan Tom Poes om te proberen of een bepaalde paddenstoel eetbaar is. Eet er eens een stukje van jonge vriend! Het lijkt me een onschadelijke boleet toe. Bommels buurman markies De Canteclaer lijkt er wel verstand van te hebben. Hij toont een zeldzame lentezwam die hij heeft geplukt.

In het hoofdstuk Paddenstoelen in het decor treffen we uit verschillende verhalen voorbeelden van tekeningen waarin paddenstoelen voorkomen. We zien de paddenstoelen niet alleen in de striptekeningen, maar foto’s laten ons zien hoe ze er in het echt uitzien. Zo zien we onder andere, inktzwammen, honingzwammen, de geschubde inktzwam, zwavelkoppen en een grote parasolzwam. Toonder maakt een grap door een ANWB-paddenstoel langs de rand van de weg af te beelden.

Heer Bommel en Tom Poes eten soms paddenstoelen. We lezen dat in het verhaal De nozellarven omdat ze zonder eten zitten. Tom Poes plukt ze en maakt ze klaar. Zo eten ze een beknopt maal van lauwe paddenstoelen. Zo’n situatie maken ze nog een keer mee. Dit keer kan Bommel het niet waarderen. ‘Paddenstoelen …’ prevelde heer Bommel walgend. En dan te bedenken dat Joost nu bezig is met het bereiden van een smakelijke maaltijd. Op een kostelijke tekening zien we dat Bommel met grote tegenzin eet.

Paddenstoelen worden nog wel eens geassocieerd met het duistere en de magie. Dat is bijvoorbeeld het geval in het verhaal De geheimzinnige gaper over de apotheek van Hocus Pas. Deze was begroeid met mos en paddenstoelen en zwammen tierden over de grond. In het hoofdstuk Het Kleine volkje gaat het over de dwergen Kwetal en Pee Pastinakel, zij wonen midden tussen de paddenstoelen. Niet alleen in het bos groeien paddenstoelen, zelfs bij Bommelstein. In zijn tuin groeit ineens een heksenkring. De heer Hobbel Hachelbout waarschuwt Bommel voor naderend onheil

Driebergen heeft uitstekend speurwerk verricht. Hij trof talrijke afbeeldingen van paddenstoelen en situaties waarin ze een rol speelden. Zo is een heel boeiend en fraai boek ontstaan, een gouden greep voor de Bommelliefhebber. Het is prachtig uitgegeven met veel authentieke tekeningen uit de verhalen en fraaie illustraties van paddenstoelen. Op de blauwe pagina’s levert Noordellos serieuze informatie over de voorkomende paddenstoelen.

Een uniek Bommelboek.

Klaas Driebergen & Machiel E. Noordeloos – Broddelboleten en trulzwammen. ISBN 978-90-833442-0-1, 160 pagina’s, € 32,99. Uitgeverij Klaas Driebergen, tweede druk 2023.

Geplaatst in Alle Boeken, Natuur, Stripboek | Reacties uitgeschakeld voor Broddelboleten en Trulzwammen

Met hart en ziel

Historie in levenden lijve

Liefde in de wurggreep van Hitler.\

Als Betty Lind, afkomstig uit een dorpje in het noorden van Zweden, zeventien jaar oud is mag ze als dienstmeisje gaan werken in Stockholm. Ze heeft er jarenlang naar uitgekeken, want het is altijd haar droom geweest om te kunnen leven in de grote stad. Graag had ze meer geleerd en lezen is dan ook haar grote passie. De vroege dood van haar vader en de daarop volgende armoe thuis hebben doorleren echter onmogelijk gemaakt. Ze is klaargestoomd voor het runnen van een huishouden, koken, schoonmaakwerk, alle zware arbeid inbegrepen. In de trein naar Stockholm ontmoet ze Martin Fischer, een joodse literatuurdocent aan de universiteit. Zij raken aan de praat door het boek dat Betty leest en hij leent haar een ander boek uit, met de vraag of ze hem daarover haar mening geven wil. Uit de boeken-correspondentie groeit een diepe vriendschap en daaruit ontspruit hun liefde. Betty en Martin willen later samen verder in het leven. Voorlopig leren ze elkaar via afspraakjes nader kennen.

Intussen is Betty aan het werk gegaan in het huis van dokter Molander, zijn vrouw en zoon Carl-Axel die zelden thuis is. Mevrouw is een onsympathieke tante die het Betty bijzonder lastig maakt. Dokter Molander is aardig, soms meer dan aardig, hij bewondert Betty omdat ze met haar mooie blonde haren zo’n ‘Arisch type’ is. Betty heeft geen idee wat hij daarmee bedoelt, maar haar nieuwe vriendin Viola maakt haar snel wegwijs. Het is 1937, in Duitsland maakt Hitler furore en de vrees voor oorlog groeit. Dokter Molander, zo ontdekt Betty tot haar grote schrik, is een fervent aanhanger van Hitler en hoort in Zweden bij de bruinhemden die nazistische bijeenkomsten houden. Ook zijn die bruinhemden zeer anti-Joods. Betty spreekt intussen steeds vaker met Martin af, het leven lacht haar toe. Maar Martin maakt zich zorgen om de naderende oorlog en de anti-Joodse houding van de nazi’s. Hij vertelt Betty dat hij en zijn broer Paul waarschijnlijk een tijd op reis moeten. En dan plotseling komt hij een afspraak niet na en laat Betty vruchteloos wachten op hun vaste afspraakpunt. Ook schrijft hij haar opeens niet meer.

Auteur

Katarina Widholm (1961) woont en werkt in Hudiksvall in Zweden. Ze heeft meerdere kinderboeken op haar naam staan. In 2021 debuteerde ze in de volwassenenliteratuur met Met hart en ziel. Het boek is het eerste deel van de trilogie Het Zweedse lot. Deel 1 was meteen een groot succes bij lezers en critici. In Zweden zijn de volgende delen inmiddels ook uitgekomen.

Betty blijft wanhopig achter. Zijn Martins brieven en wat boeken nu het enige tastbare  souvenir dat zij heeft van de grote liefde van haar leven? Dat kan toch niet waar zijn! Intussen komt de oorlog steeds dichterbij. Martin blijft onvindbaar.

In dit eerste deel van Het Zweedse lot tekent zich al een deel van het verhaal van Betty’s toekomst af. Maar andere vragen blijven onbeantwoord en het zou niet netjes zijn zelfs maar een tip van de sluier op te lichten. Wat uw recensent wél kwijt wil: dit is een aangrijpend, een fascinerend en zo mooi geschreven roman dat ik popel om de delen twee en drie te gaan lezen. Ik hoop dat ze snel vertaald worden.

Dit is een historische roman over hoe het doodgewone volk de geschiedenis beleeft en ondergaat van de komst van de Tweede Wereldoorlog. Ze lijden eronder en moeten intussen hun doodgewone leven zien te leiden voor zover ze daartoe nog kans zien.

Een geweldig mooi boek.

Katarina Widholm – Met hart en ziel. Vertaald uit het Zweeds (Räkna hjärtslag) door Daniëlle Stensen. ISBN 978-90-225-9964-8. 415 pagina’s, € 22,99. Amsterdam: Uitgeverij Boekerij 2024.

Geplaatst in Alle Boeken, Deel van een reeks, Fictie, Geschiedenis | Reacties uitgeschakeld voor Met hart en ziel

Café Dorian

Een café als hart van een stad

Een geliefde barman.

Café Dorian is een roman over een man en zijn café. Het is een loflied op het buurtcafé. Het verhaal speelt zich af in een buitenlandse stad, waarschijnlijk in Italië. De man wordt door zijn klanten en kennissen ‘Hollander’ genoemd.. Het betreft een oude kroeg waarvan op de binnenkant van de omslag een prachtige beschrijving staat. Er staat een barmeubel van aluminium, er zijn tien tafels en een grote leestafel. In de loop van het verhaal komen er personen aanwaaien die voor de man gaan werken. Er is ook een zwerfhond waarover hij zich ontfermt. Een van de belangrijkste personen is de zeventigjarige Astrud die voor hem gaat koken. Het café wordt een restaurant en Astrud kan goddelijk koken. Door een lovende recensie in een krant wordt café Dorian een zeer succesvol restaurant. De sfeer is zeer ontspannen en vriendschappelijk. Het is een grote verdienste van de schrijver om deze bijzondere sfeer zo goed weer te geven.

Auteur

Gilles van der Loo (1973) studeerde af als klinisch psycholoog, werkte twintig jaar in alle denkbare functies in de Amsterdamse horeca en debuteerde als literair schrijver in 2010 met het verhaal Palermo. Hij schreef ook romans waaronder Het laatste kind, Het jasje Luis Martin en Dorp. Daarnaast schreef hij ook culinaire recensies. Op de schrijversvakschool is hij docent proza en roman. Café Dorian werd geplaatst op de Longlist Libris Literatuur Prijs 2024. 

Het boek heeft een bijzondere opzet. Er is een vertelster, een persoon die buiten het verhaal staat.  Reeds in de eerste zinnen komt zij aan het woord. Het is ochtend in de stad die ik je geef. Dit is wat ik voor je schrijf, hopend dat het optelt tot een huis: een stad met een café om naar toe te lopen op een vroege ochtend in oktober. Ik weet niet hoelang ik kan blijven, hoe lang het duurt voor je verhaal zich ontrolt en ik je weer los moet laten. Regelmatig wordt het verhaal onderbroken als de vertelster weer zelf aan het woord komt. Soms is dat verwarrend omdat er voor de overgang geen witregel of ander lettertype wordt gebruikt. Je kunt je afvragen of deze opzet enige meerwaarde oplevert.

Wat is er aan de hand met de Hollander? In de loop van het verhaal komen we steeds meer te weten. Zijn naam is Guillaume en hij was in Amsterdam barman. Hij heeft een zoontje dat Fela heet. Als lezer moet je het hebben van enkele mededelingen over zijn verleden die opduiken in het verhaal. Waarom wordt er niet meer onthuld? Het zou kunnen gaan om iemand met een verbroken relatie. Hij zou dat moeten verwerken en misschien daarover met enkele vertrouwelingen in gesprek gaan. Met de sporadische, terloopse informatie kun je niet veel.

Café Dorian is een sympathieke roman. Geschreven in een superieure stijl. Vooral de beschrijvingen zijn heel treffend. Er wordt echt een wereld geschapen. De personages zijn kleurrijk en meestal sympathiek. De enige wanklank komt van de rijke vader van Sulve, de studente die boven het café woont. De Hollander is een bijzondere man en bepaald geen zakenman. Zijn klanten zijn bijna allemaal zijn vrienden en hij is royaal met gratis drankjes. Dat alles werkt er aan mee dat het een echte feelgood roman is, maar dan wel op een literair niveau.

Gilles van der LooCafé Dorian. ISBN 978-90-282-3305-8, 231 pagina’s. € 23,50. Amsterdam: Uitgeverij Van Oorschot 2023.

Geplaatst in Alle Boeken, Feel good, Fictie | Reacties uitgeschakeld voor Café Dorian

De toekomst van de kerk

Essay vol rouw en hoop

Hebben we de kerk nodig?

De schrijver is somber gestemd over de alsmaar slinkende kerk. In de eerste helft van dit boek beschrijft hij zeven pogingen om de kerk te redden. Naar zijn mening zijn ze allemaal mislukt. In de tweede helft doet hij verslag van interviews met enkele bekende bekeerlingen en stelt hij de vraag of de maatschappij zonder kerk kan bestaan.

Auteur

Dr. Aarnoud van der Deijl (1964) is al 30 jaar predikant, tot voor kort in Hoofddorp en nu in Abcoude. Veel artikelen van hem verschenen in Woord & Dienst. Hij is auteur van de boeken Doornse Catechismus, Doornse Levenskunst en van de spirituele reisgids Inspirerend Zeeland.

Over de rol van de predikant in de kerk is Van der Deijl tamelijk kritisch en ongenuanceerd. Op meerdere plaatsen in het boek beweert hij dat van de predikant verwacht wordt dat hij niet saai is, maar humoristisch. Hij moet de rituelen opleuken. Zo wordt hij een soort cabaretier. De kerkganger wordt een consument die gaat shoppen. Het is heel normaal dat de kerkganger graag luistert naar een predikant die de Bijbelse boodschap levendig en helder verkondigt. Maar dat een predikant cabaretier moet zijn is een overdreven opvatting. Hetzelfde geldt voor wat de schrijver over pastoraat zegt. Sommige predikanten specialiseren zich in het pastoraat als vorm van hulpverlening en worden halve therapeuten. Ook dit is wat overdreven. Overigens komt het pastoraat nauwelijks aan de orde, terwijl een goed georganiseerd pastoraat zeker belangrijk is voor het behoud van de kerk.

In het hoofdstuk ‘zeven plannen die de kerk niet konden redden’ geeft de schrijver een overzicht van de ontwikkeling in de kerken gedurende de laatste tientallen jaren. Het gaat om de volgende plannen: opvattingen moderniseren, rituelen opleuken, verhalen ontmythologiseren, maatschappelijke relevantie, een vitale gemeente, beeldende expressie en ervaringen centraal stellen. Elk plan wordt uitvoerig besproken en in elk plan schuilt wel iets positiefs, maar de conclusie is steeds hetzelfde: dit plan redt de kerk niet.

Het eerste deel met al die mislukte pogingen is nogal somber makend. Gelukkig klinken in het tweede deel ook positieve geluiden. Centraal staat de vraag: Wat gaan we missen als er geen kerk meer is? Van der Deijl geeft ook zijn eigen antwoord. Wat vindt hij in de kerk? Het gevoel van verbinding met anderen, de rust, de muziek en de goede woorden (die hoe dan ook klinken in Bijbelteksten en gebeden).

Er zijn ook mensen die de kerk niet bezoeken en / of niet geloven, hoewel ze toch gehecht zijn aan de christelijke cultuur. Dat kan soms slaan op kerkgebouwen. Daarover zegt de schrijver Paul Mercier: Ik wil niet in een wereld leven zonder kathedralen. Ik heb hun schoonheid en verhevenheid nodig als verzet tegen de platvloersheid van de wereld. Het kan ook slaan op muziek, zoals de Matthäus-Passion. Yvonne Zonderop noemt zichzelf ‘cultuurchristen’: ze gelooft niet dat de kerk nog een noodzakelijke voorwaarde vormt voor de christelijke cultuur. Het christendom heeft zich zo verstrengeld met de cultuur dat het via schilderijen, concerten en literatuur tot ons zal blijven spreken.

In dit boek zijn ook interviews opgenomen van enkele bekende personen die zijn teruggekeerd naar de kerk en dat positief hebben ervaren. Indrukwekkend zijn de verhalen van Stephan Sanders die geniet van de liturgie en de gemeenschap en van Kristien Hemmerechts die vertelde dat ze in een periode dat ze borstkanker had een ervaring had van diep vertrouwen: het gevoel ík ben in Gods handen.

In het hoofdstuk Adviezen en troostende woorden staan een paar opmerkelijke adviezen. De schrijver citeert hier Klaas Smelik, maar laat de uitspraken zonder commentaar. Diens eerste advies luidt Investeer in studenten. Volgens hem moet je je richten op studenten, omdat die belangrijk gaan worden in de maatschappij. Met hen moet je connectie maken. Een zeer onrealistisch idee. Een heel vreemd advies is het volgende: schrijf de ouderen af. Volgens Smelik blijven ouderen steken in negatieve herinneringen. Je moet je juist op de twintigers van nu richten: die staan nog open voor dingen. Wat een afschuwelijk advies, ook volstrekt onrealistisch en hardvochtig. Waarom geen commentaar van Van der Deijl?

Vele gedeeltes in het boek zijn somber stemmend. Dat is niet gek want Van der Deijl is in de rouw over het verdwijnen van de kerk. Ondanks het feit dat er in deze tijd een taboe heerst op rouw, verlies en mislukking. In deze neoliberale tijdgeest moet je elk probleem als een uitdaging zien en elke crisis als kans. Hij protesteert daartegen. Hij vindt dat hij het recht heeft te rouwen om het verdwijnen van de kerk. Gelukkig blijkt ook dat Van der Deijl hoop blijft houden. Hij hoopt dat zowel mensen binnen als buiten de kerk meegaan in de gedachte dat kerk-zijn niet draait om het erop na houden van bepaalde opvattingen. Dat het meer gaat om een geraakt zijn door God en door de persoon van Jezus en diens leven van niet-oordelen, liefde-tot-het-einde en barmhartigheid.

Aarnoud van der Deijl schreef een heel persoonlijk en eerlijk boek met een rijke inhoud. Hij behandelde bijna alles wat met een kerk te maken heeft en dat op een toegankelijke manier. De vele lijstjes en herhalingen maken het boek wat soms minder boeiend.

Aarnoud van der Deijl – De toekomst van de kerk. ISBN 978-94-93220-47-8, 253 pagina’s, € 25,99. Middelburg: Uitgeverij Skandalon 2023

Geplaatst in Alle Boeken, Theologie | Reacties uitgeschakeld voor De toekomst van de kerk

De Bolle Gogh

Eenzaam mens met talloze vrienden

Tegendraads kunstenaar en martelaar van het vrije woord.

Twintig jaar geleden werd hij vermoord en er ging een schok door heel Nederland. Theo van Gogh, opiniemaker, cineast, columnist, tv-interviewer en ‘predikant van de nihilistische gemeente’ stond tot zijn laatste ademtocht garant voor tumult. Maar waar hij het tumult altijd vol overtuiging zocht werd hij in zijn laatste seconden het slachtoffer van. Zijn laatste woorden waren: ‘Genade! Genade! We kunnen er toch over praten?’

Praten, Theo van Gogh had zijn hele leven gepraat, hij was een meester-interviewer, drong empathisch, ontwapenend, gravend, peurend, diep door tot zijn ondervraagden. Maar ditmaal viel er niet te praten. De moslimterrorist Mohammed Bouyeri die Theo van Gogh vermoordde sprak geen Nederlands, hij sprak enkel de taal van de haat. Hij maakte een eind aan het leven van Theo van Gogh alsof hij een slachting uitvoerde. Van Gogh, de Bolle Gogh, de man die de islam een bedreiging van de vrije westerse waarden had genoemd kreeg zijn trekken thuis van de radicale Bouyeri die meende zijn Allah te eren. Theo van Gogh overleed ter plaatse. Het was 2 november 2004. De moord was wereldwijd breaking news.

Jaap Cohen, historicus, besloot in 2017 een biografie te gaan schrijven over Theo van Gogh, de man die bij leven in de clinch gelegen had met zijn vader, de Amsterdamse burgemeester Job Cohen. De man die na de moord op Van Gogh een woedende, ingetogen en indrukwekkende speech op de Dam had gehouden tijdens de ‘lawaaidemonstratie’ op de dag van de moord; een speech ter verdediging van ieders recht op het vrije woord, het vrije beeld en het recht om het met een ander oneens te zijn. ‘Ook ik had ruzie met hem,’ zei Job Cohen. ‘En dat mág in Nederland.’

Theo had een enorm netwerk aan vrienden, hij schreef brieven aan talloze mensen. Wie door hem werd geïnterviewd voelde zich altijd begrepen en wie door hem werd bespot wist wat de redenen daarvoor waren. Zijn zoon Lieuwe, ten tijde van de moord dertien jaar, maakte in 2022 een indrukwekkend portret van zijn vader Night of the Living Dad, het portret staat achterin de biografie: een man doorboord met kogels, met lege dode ogen, halfdood, halflevend, een zombie. De zoon is kunstenaar, net als zijn vader. 

Auteur

Dr. Jaap Cohen (1980) is historicus en schrijver. Hij werkte zeven jaar aan deze biografie. Bij Querido publiceerde hij eerder De onontkoombare afkomst van Eli d’Oliveira. Een Portugees-Joodse familiegeschiedenis, waarop hij cum laude promoveerde.

Cohen heeft zijn werk grondig verricht. Hij begint de biografie in Wassenaar, waar Theo van Gogh opgroeide als kind van welgestelde ouders. Maar bij die constatering houdt hij het niet. Hij duikt ook in de familiegeschiedenis van die ouders, interviewt 150 familieleden, collega’s, vrienden en vijanden, bekijkt en luistert beeld en geluidsopnames van televisie-uitzendingen en radio-opnames. Theo van Gogh was een geweldig goede interviewer, maar zelf is hij ook talloze malen geïnterviewd en al die opnames spitte Jaap Cohen door. Tijdens deze onderzoeksjaren werd hij regelmatig verrast met brieven van Van Gogh, eenmaal, in het geval van Guus Luijters zelfs met ongeopende brieven. Luijters had Theo’s eerste brief gelezen, vond het handschrift onleesbaar en maakte Van Gogh’s volgende brieven – afkomstig uit New York – maar niet meer open. Nu was de stapel een kleine schat voor de biograaf.

Het is maar één van de vele voorbeelden. Het is niet voor niets dat Jaap Cohen zeven jaar bezig was.

Meer details geven? Dat is niet te doen. Wie een eerste voorbeeld geeft, doet een volgend voorbeeld al tekort.

Dit is een boek om ademloos uit te lezen. Jaap Cohen heeft een schitterende biografie geschreven. Ik heb het vermoeden dat Theo van Gogh, al had hij er vast ook luidruchtig de spot mee gedreven, er tevreden geweest zou zijn. Cohen heeft hem als kunstenaar en als strijder voor het vrije woord ten volle eer bewezen!

Jaap CohenDe Bolle Gogh. Biografie. ISBN 9-789-021-42380-7. 686 pagina’s. €34,99. Amsterdam: Querido 2024.

Geplaatst in Alle Boeken, Biografie | Reacties uitgeschakeld voor De Bolle Gogh

Reykjavík

Cold case op een afgelegen eiland

Vrolijke tiener verdwijnt voorgoed.

Het is 1956. Als Lára Marteinsdóttir vijftien jaar is krijgt ze een vakantiebaantje bij Ólöf Blöndal en Óttar Óskarssson, een keurig echtpaar dat op Viðey woont, een klein eiland net voor de kust van de IJslandse hoofdstad Reykjavík. Ze zal de hele zomer blijven. Waarom en wat er gebeurt weet niemand, maar begin augustus besluit Lára plotseling toch voortijdig te vertrekken. En daar begint het raadsel, want nadat ze de deur achter zich heeft dichtgedaan om naar de boot te gaan heeft niemand haar meer gezien of iets van haar vernomen. Het meisje had veel contact met haar ouders. Toen die niets meer van haar hoorden waarschuwden zij de politie. Waar is Lára gebleven? De politie gaat naar het eiland, maar het echtpaar kan hun vraag niet beantwoorden: ‘Lára is vertrokken. En ze heeft haar spullen meegenomen’. Klaar. En daarmee begint een raadsel dat tien, twintig, dertig jaar later nog niet is opgelost. Lára is weg, haar lichaam wordt niet gevonden en ook van haar bagage ontbreekt ieder spoor.

De eerste politieman die het echtpaar op Viðey komt ondervragen is Kristján Kristjánsson. Hij is nog jong, 24 jaar. Maar de verdwijning van Lára zal hem zijn hele carrière blijven achtervolgen. Hij heeft er slapeloze nachten van, hij volgt sporen die dood lopen en steeds opnieuw wordt hij geconfronteerd met vragen van derden. Als Lára tien jaar weg is is er als bij een soort ‘jubileum’ ruimschoots persaandacht voor haar verdwijning. Hetzelfde gebeurt in 1976, na twintig jaar. Keer op keer wordt de zaak opgerakeld en worden Kristján vragen gesteld. Al die jaren wachten Lára’s ouders, in de hoop dat hun dochter wie weet… misschien… ooit nog op zal dagen…. En dan is het 1986. Het is niet alleen het jaar dat Lára dertig jaar weg is, maar er wordt ook een feest gevierd: Reykjavík bestaat tweehonderd jaar. Dat moet groots gevierd worden. Intussen begint de jonge journalist Valur Róbertsson, die bij het IJslandse weekblad Vikublaðid werkt, met een eigen onderzoek naar de verdwijning van Lára. En zowaar, hij komt dingen op het spoor die niet eerder zichtbaar werden. Intussen lijkt het erop dat hij door een vreemde wordt tegengewerkt. Heeft iemand er soms baat bij als Vildur het raadsel niet oplost? Dat zou dan iemand moeten zijn die de waarheid kent.

Auteurs

Ragnar Jónasson (1976) is een bekroonde internationale bestsellerauteur. Hij debuteerde in 2010 met Sneeuwblind. Daarop volgden nog acht misdaadromans en drie romans. Zijn bestverkochte boeken zijn de drie delen die samen de Dark Islandserie vormen. Wereldwijd verkocht de auteur meer dan één miljoen boeken in 32 landen. Jónasson woont in Reykjavík en geeft daar les aan de rechtenfaculteit van de universiteit.

Jónasson ontmoette Katrín Jakobsdóttir tijdens een lunch in 2020. Zij bleken een gemeenschappelijke interesse te hebben: misdaadverhalen. En zij deelden hun bewondering voor de ‘koningin van de misdaadromans’ Agatha Christie. Kort na de lunch sloeg de Coronapandemie toe. Ragnar en Katrin besloten in die tijd samen een misdaadverhaal te schrijven naar een idee van Ragnar.

Katrín Jakobsdottír (1976) is sinds 2017 de premier van IJsland. Zij stapte de politiek in voor de partij Vinstrihreyfingin-grænt framboð (Links-Groen). Ze studeerde IJslands met bijvak Frans aan de universiteit van IJsland en behaalde in 2004 haar master met het werk van Arnaldur Indriðason als onderwerp. Zij werkte in deeltijd bij de omroep. Op 19 februari 2020 werd zij gekozen tot voorzitter tot de Council of Women World Leaders. Zij is de tweede vrouwelijke premier van IJsland.

Een afgelegen eiland, een vermist meisje, een stadje vol geheimen, vreemde netwerken en een jonge journalist die koste wat kost wil doorgronden wat er dertig jaar geleden met een tiener was gebeurd. Het zijn de ingrediënten voor een buitengewoon boeiende misdaadroman, vol onverwachte wendingen en spannende momenten. Tel daarbij op dat Reykjavík uitstekend geschreven is, en u hebt een heerlijk boek voor langdurig leesgenoegen.

Ragnar Jónasson en Katrín Jakobsdottír – Reykjavík. Vertaald uit het IIslands (Reykjavík) Willemien Werkman). ISBN 978-94-005-1628-1. 288 pagina’s, €20,99. Amsterdam: A.W. Bruna 2024.

Geplaatst in Alle Boeken, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor Reykjavík

Stout is leuker

Van kwaad tot erger

Nooit meer een grijze muis.

Eva Janssen is een veertiger. Ze is getrouwd en moeder van een tienerzoon. Ze is, ondanks de afkeuring van haar man begonnen aan een PABO-opleiding, want haar grote droom is onderwijzers worden. Op een feestje laat ze zich versieren door een twintig jaar jongere man en als ze dit thuis opbiecht is haar huwelijk voorbij. Met haar zoon neemt ze haar intrek in een kleine flat in een Vogelaarbuurt. Daar doorbreekt ze regelmatig de dagelijkse sleur door met haar vriendinnen te feesten en zich over te geven aan drugs, drank en seks.

Auteur

Linda Prins werkt in het onderwijs. Haar grote passie is schrijven. Ze schreef korte verhalen, reisverhalen en teksten in opdracht. Dit boek is haar debuutromen. Het idee ervoor is ontstaan na een turbulente periode in haar leven. Ze combineerde haar eigen ervaringen met de verhalen die ik hoorde van andere vrouwen. Eva lijkt op mij, maar veel fantasieën en avonturen die ik misschien niet zou aandurven, daar gaat Eva helemaal voor.

Het moet gezegd, de auteur heeft een vlotte pen. Maar toch kreeg ik al lezende een steeds ongemakkelijker gevoel. Het boek heet. Stout is leuker. Wat is er in hemelsnaam stout aan drugsgebruik en seks met jonge jongens? Wat is er stout aan om driehoekige roze pilletjes in een plaats van je lichaam te stoppen waar men niet fouilleert en ze zo een club binnen te smokkelen. Nou, lekker voor die mannen. Dat stoppen ze straks gewoon in hun mond.

Wat is er stout aan als een van die jonge jongens na een keertje geweldige seks een volgende keer Eva’s vriendin een beurt geeft?

In het schijnsel van wel twintig brandende waxinelichtjes zie ik Sarah voorovergebogen staan, haar handen leunend op de rand van het bad. Roy staat achter haar en houdt haar heupen vast. Hij is naakt, net als zij. Ik zie hoe hij keer op keer ruw tegen haar aan beukt. Bij elke stoot hoor ik een dierlijke kreun. Een golf van misselijkheid overspoelt me, ik wankel en kan net het deurkozijn vastgrijpen. Sarah hoort het en kijkt achterom over haar schouder met een verontschuldigende blik. ‘Sorry Eef.’

Wat is er stout aan om je zoon alleen thuis te laten om zelf te gaan feesten en onbereikbaar te zijn voor zijn wanhopige appjes? Je leert overigens wel, want de volgende keer stuur je hem ergens op logeren.

Wat is er stout aan om je minderjarige zoon te laten drinken en zelfs drugs gebruiken onder het motto dat hij dat beter thuis kan doen dan op straat? Moet zo iemand niet uit de ouderlijke macht worden ontzet? En zou u uw kinderen willen toevertrouwen aan zo’n juf?

Hoewel gevoelens van walging, ongemak, schaamte en schuldgevoel regelmatig de kop opsteken, weet ze één ding zeker: ze wil nooit meer een grijze muis zijn. Dat is Eva zeker gelukt. Maar het is haar niet gelukt bij mij als lezer enige empathie op te wekken.

In een goede feelgood identificeert de lezer zich ten minste enigszins met de hoofdpersoon. Daarvoor is hier bij mij geen sprake.

Linda PrinsStout is leuker. ISBN 978-94-6068-626-9, 285 pagina’s, € 17,50. Baarn: Uitgeverij Marmer 2023.

Geplaatst in Alle Boeken, Autobiografie / memoires, Feel good | Reacties uitgeschakeld voor Stout is leuker

Naar zachtheid en een warm omhelzen

De oorlog is voorbij

Adriaan krijgt eindelijk liefde en aandacht.

In enkele romans schreef Adriaan van Dis over zijn familie. Hij woonde met zijn ouders en zussen in Bergen. In die boeken kwam zijn vader, een oud-militair met een oorlogstrauma, naar voren als een lastig persoon. In zijn laatste roman is de situatie in Bergen onveilig voor Adriaan. Daarom gaat hij tijdelijk naar zijn grootvader, een rijke herenboer die in een groot huis woont in het dorp. Zijn vrouw is overleden en hij woont samen met zijn huishoudster. Grootvader is een strenge, deftige man met vaste gewoontes. Zijn huishoudster behandelt hij als een slaafje. Met een belletje gaf hij aan wat hij wenste. Adriaan wordt door de huishoudster die hij Ommie noemt heel liefdevol ontvangen.

Auteur

Adriaan van Dis (1946) groeide op in Bergen, te midden van halfzussen en ouders met een Indische (oorlogs-) geschiedenis. Hij debuteerde in 1983 met de novelle Nathan Sid. In het begin van de jaren negentig schreef een hij aantal reisromans. In 1994 verscheen zijn succesvolle roman Indische duinen. Van Dis woonde enige tijd in Parijs. Daarover gaat de roman Stadsliefde. Met Ik kom terug won hij de Libris Literatuurprijs. In datzelfde jaar werd hij bekroond met de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.

De ontvangst die Adriaan te beurt viel was als een warm bad. Thuis in Bergen was er niemand die hem liefkoosde. Zijn moeder was afstandelijk en zijn vader sloeg hem regelmatig. Ommi is heel lief en zorgzaam voor Adriaan. Ze neemt hem zelfs op schoot en knuffelt hem. Terwijl hij in vermaakte kleren rondliep vervaardigt Ommi nieuwe kleren. Ze wil niet dat hij bezig is met de oorlog. Zij was in het verzet en had onderduikers. Adriaan ontdekt een plakboek met oorlogsherinneringen. Ommi verbiedt hem daarin te kijken, hij zou er huiduitslag van kunnen krijgen.

Adriaans grootvader Huibert is een wonderlijk persoon. Zijn boerderij bezoekt hij niet meer. Wel ontvangt hij pachters, de notaris, een paardenhandelaar en het blokhoofd van de Bescherming Bevolking (het boek speelt zich af in de jaren vijftig van de vorige eeuw). Een regelmatig bezoeker is de Kolonel, een Poolse officier. Met hem speelt Huibert dagelijks schaak.

Adriaan krijgt een verrekijker van Ommie. Het lijkt erop dat deze intensief gebruikt is. De koperen randen van de kijker zaten vol butsen en de lenzen hadden vast veel gezien en meegemaakt. Het voelde als een tweede hart. Hij streelde hem, zoende hem, sprak ermee en verdween erin. De hele dag verkent hij zijn omgeving en de mensen. Hij noemde hem MARESCH. Dit woord stond in het foedraal. In het dorp liep een manke vrouw met een houten been. Ze had een invalide zoon die in een rolstoel zat. Zo waren er wel meer ‘zielige’ mensen in het dorp. Ze werden vaak door Ommie ontvangen en verwend.

Naar zachtheid en een warm omhelzen is een zeer geslaagde roman. De markante Huibert en Ommi worden goed getypeerd. Veel aandacht is er voor de gedachten van Adriaan. De lezer kan zo goed meeleven met de hoofdpersoon. Het is genietend lezen en puur literatuur

Adriaan van DisNaar zachtheid en een warm omhelzen. ISBN 978-90-254-7338-9, 224 pagina’s, € 22,99. Amsterdam: Atlas Contact 2023.

Geplaatst in Alle Boeken, Autobiografie / memoires | Reacties uitgeschakeld voor Naar zachtheid en een warm omhelzen